Geschiedenis - Amsterdam

Amsterdam is ontstaan als vissersdorp bij een dam die rondom 1270 ter bescherming van het achterland in de Amstel werd gelegd. In 1275 verleende Floris V de Amsterdammers het privilege van tolvrijheid, dat de handel van de eerste impulsen voorzag. Amsterdam kreeg van de bisschop van Utrecht stadsrechten in 1300 of 1306.

In de Middeleeuwen ontwikkelde Amsterdam zich van vissersdorp tot handelsstad. Eind 16de eeuw sloot de stad zich aan bij de protestantse revolte en verwierf het zich snel een leidende politieke en economische positie in de Noordelijke Nederlanden. Handel, scheepvaart, vreemdelingen uit alle windstreken en joodse vluchtelingen brachten de stad tot bloei. De 17de eeuw gold als Amsterdam's 'Gouden Eeuw.' In die tijd werd ten westen van de toenmalige stadsgrens begonnen met de aanleg van de symmetrische grachtengordel. In 1632 wordt de Universiteit van Amsterdam gesticht (dan nog een Atheneum Illustre, pas in de 19de eeuw wordt het de Gemeente-Universiteit), in 1878 de Vrije Universiteit. De industrialisatie bracht een nieuwe periode van groei voor de stad. Vele stadsuitbreidingen vonden plaats in de periode 1890 - 1940. De Tweede Wereldoorlog veroorzaakte weinig materile schade in Amsterdam, maar de hongerwinter eiste vele levens. Als gevolg van de jodenvervolgingen verloor de stad tien procent van haar inwoners. Na de oorlog kwam Amsterdam opnieuw tot bloei.

In 1997 werd het Verdrag van Amsterdam getekend; een aanpassing van Verdrag van Maastricht.

Opties