Geschiedenis - Bergen op Zoom

Bergen op Zoom is waarschijnlijk in de 12de eeuw ontstaan. Al vrij vroeg zijn drie kernen te onderscheiden die de latere stad vormen: het oude hof van de heren van Bergen op Zoom (het latere Markiezenhof) met zijn agrarische omgeving; de Grote Markt en de omringende straten als het handelscentrum; de Haven en de Dubbelstraat, waar de nijverheid (zoutziederijen, meekrapstoven, potbakkerijen) zich concentreerde.

In 1260 kreeg Bergen op Zoom stadsrechten. Omstreeks 1330 werd Bergen op Zoom van een omwalling voorzien.

In de 16de eeuw is Bergen op Zoom dankzij de ligging aan de Schelde een rijk en belangrijk handelscentrum. Kooplieden uit geheel handeldrijvend Europa bezochten de stad. De bloei kwam onder meer tot uiting door de groots opgezette uitbreidingen van de St. Gertrudiskerk. In 1533 werden Stad en Land van Bergen op Zoom tot markiezaat verheven. Inmiddels was aan de bloei van de stad alweer een einde gekomen. De betekenis van de jaarmarkten verminderde door de expansie van Antwerpen. Ook verloor de stad een belangrijk achterland door de overstroming van beide Schelde-oevers waarbij onder meer oostelijk Zuid-Beveland onder de golven verdween.

De vestingstad Bergen op Zoom heeft vooral in de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) veel te lijden gehad van langdurige belegeringen. Na aanleg van een geheel nieuw vestingstelsel naar ontwerp van Menno van Coehoorn, dacht men dat de stad, bijgenaamd 'La Pucelle'/'De Maagd', onneembaar was. Totdat in 1747 de Franse troepen de stad na een langdurig beleg binnenvielen. Een aantal overgebleven verdedigingswerken herinnert nog steeds aan die tijden.

In de Tweede Wereldoorlog was Bergen op Zoom een bolwerk van de Duitsers, maar de confrontatie met de Canadese troepen vond in 1944 ten zuiden van de stad plaats. Op 27 oktober 1944 werd Bergen op Zoom bevrijd.

Na de oorlog zette de industriële revolutie zich voort, bevordert door het in gebruik nemen van de Theodorushaven in 1964.

Ten noorden van Bergen op Zoom ligt het meer dan zeven eeuwen oude dorp Halsteren. In 1810 is de gemeente gevormd door samenvoeging van vier zelfstandig bestuurde rechtsgebieden: het dorp Halsteren, Noordgeest, de Beymoerenpolders en de Auvergne- en Glymespolders. Aan natuurgebieden beschikt Halsteren over het gebied rond de Melanen en Fort de Roovere.

Het kerkdorp Lepelstraat was oorspronkelijk één straat met een veertigtal huizen en enkele boerderijen. De straat is gegroeid tot een behoorlijke woonkern. Lepelstraat heeft altijd onder Halsteren geresorteerd en speelde in de geschiedenis van dat dorp een belangrijke rol. Toen na de Tachtigjarige Oorlog (1648) de openlijke uitoefening van de rooms-katholieke eredienst verboden was, werd voor de parochie Halsteren in de schuur van de Celse Hoeve te Lepelstraat een schuurkerk ingericht. In 1830 werd Lepelstraat officieel tot afzonderlijke parochie verheven. De patroonheilige werd Sint-Antonius van Padua. Uit heel West-Brabant trokken katholieken in processie naar Lepelstraat om deze heilige te vereren. Na de Tweede Wereldoorlog is Lepelstraat met nieuwe wijken uitgebreid.

Ten noorden van Lepelstraat en ten zuiden van Steenbergen ligt de buurtschap Kladde dat tot de gemeentelijke herindeling van 1 januari 1997 deels onder Steenbergen, deels onder Halsteren behoorde. De naam De Kladde is afkomstig van leemkladden. Het woord klad houdt verband met de termen kluit, kloot en klodder. In die zin gaat het om de aanduiding voor aarde of grond. Waarschijnlijk heeft de buurtschap De Kladde daar haar naam aan te danken. In het verleden heette de buurtschap ook wel De Leemkladde of Leemcladde. In een akte in het Bergse stadsarchief uit 1589 komt de naam Leemcladde al voor. De leemrijke grond was in West-Brabant van belang voor de potmakersbedrijven in Bergen op Zoom en later voor de steenfabrieken in Halsteren en Wouw. Veel potmakers sloten met grondeigenaren in Halsteren en omgeving overeenkomsten om het leem van de gronden te delven.

Heimolen is een buurtschap ten zuiden van Bergen op Zoom. Het dankt zijn naam aan een houten standaard-korenmolen die midden op de toenmalige heide heeft gestaan (ter hoogte van de kruising Huijbergsebaan/ Molenzichtweg). De molen met molenaarswoning werd omstreeks 1650 gebouwd in opdracht van de markiezin van Bergen op Zoom, Maria Elisabeth II van de Bergh. Zij verpachtte de molen en de binnen het gebied wonende boeren waren verplicht van de molen gebruik te maken. De molen is in 1675 afgebrand, weer herbouwd en heeft tot ongeveer 1792 gedraaid als dwangmolen voor het Zuidkwartier. De molen raakte in verval en restanten daarvan zijn in 1890 gebruikt bij de bouw van de molen De Twee Vrienden te Nieuw-Borgvliet.

Opties