Geschiedenis - Domburg

Domburg kreeg in 1223 stadsrechten, maar het heeft nooit een werkelijke stedelijke functie gehad. De bevolking leefde er tot het midden van de 16de eeuw van de haringvangst. Later werkten de Domburgers meer in de landbouw en in de jacht.

De eerste toeristen (welgestelde dagjesmensen die voornamelijk afkomstig waren uit Middelburg) verschenen al in de 17de eeuw, maar halverwege de 19de eeuw veranderde Domburg van een dorpse smalstad in een eenvoudige badplaats. In 1834 namen twee Middelburgse dames ter versterking van hun gezondheid een zeebad, een voor die tijd ongewoon medicijn. De kuur sloeg aan en daardoor werd Domburg de oudste badplaats van Zeeland. De badgasten kwamen vooral om te kuren in kuurcentrum De Parel. De arts Johann Georg Metzer, de man 'met de gouden duimen', opende in Domburg een praktijk ('als gezondheidsoord heeft het in Europa zijns gelijke niet'), waar mensen van adellijken of koninklijken bloede zich lieten behandelen. Na 1920 raakte Domburg uit de mode.

Schilder Jan Toorop bezocht in 1898 Domburg voor het eerst. Hij was verrukt: 'Het is buiten zoo mooi van kleur, kleur, kleur en zon. Je wordt bedwelmd. De rust is onzegbaar. Je innerlijk schoon houdt je zoo bezig en buiten strijdt de zon met al de herfstkoeleuren.'

Piet Mondriaan tekende diverse malen de Nederlands Hervormde Kerk; waaronder op een inkttekening uit 1909. De krijttekening 'Kerk te Domburg' van Piet Mondriaan is een van de eerste non-figuratieve composities in Nederland.

Bij de VVV is een boekje te kopen met de wandeling 'In het licht van Toorop en Mondriaan'.

Opties