Geschiedenis - Elburg

Het oude Elburg lag vele eeuwen geleden aan de toenmalige Zuiderzeekust. Elburg kreeg in 1233 stadsrechten en was een bloeiend handelscentrum. Het dreef handel met Oostzeelanden, Zuidelijke Nederlanden en Engeland. Reeds in 1332 dreef de stad handel op het Oostzee-eiland Schoonen. In 1367 wordt de stad voor het eerst vermeld als Hanzestad. Maar Elburg kreeg steeds meer te maken met overstromingen bij noordwesterstorm. Een rijke inwoner van Elburg, Arent thoe Boecop, stelde voor het stadje in zijn geheel landinwaarts te verplaatsen en aldus geschiedde. In vier jaar tijd (1392-1396) werd het nieuwe Elburg als vestingstad gebouwd. Opmerkelijk is dat de oppervlakte van de stad zoals deze in 1392 was vastgesteld, groot genoeg bleek om tot aan de Eerste Wereldoorlog de bewoners te herbergen.

Toen de handel zich in de 16de/17de eeuw verplaatste naar de Hollandse steden werd Elburg van stad van internationale allure een eenvoudig vissersplaatsje. In het midden van de 19de eeuw werd een deel van de vesting gesloopt. De Mheenpoort (richting Kampen), de Goorpoort (richting Nunspeet en Harderwijk) en de Kleine poort of Graaf Hendrikpoort (richting Zwolle) verdwenen. Ook een deel van de stadsmuren werd niet meer gerestaureerd. Het puin van de muren werd hoofdzakelijk gebruikt voor het verlengen van de havendammen. Alleen de Vischpoort bleef overeind staan. Deze poort bleef nuttig, omdat het kustlicht op de poort als vuurtoren diende voor de vissers en de schippers op zee.

In 1863 werd de spoorlijn Utrecht-Amersfoort-Zwolle aangelegd. Deze maakte een grote bocht om Harderwijk te kunnen aandoen, maar ging aan Elburg voorbij. De reden hiervoor was dat de Elburgers een veel te hoge prijs voor hun grond vroegen, terwijl de meeste gemeenten geld gaven voor de bouw van een station. Ondanks de vele protesten van het gemeentebestuur kwam er geen halte in Elburg maar in 't Harde, met slechte gevolgen voor de economie als gevolg. De aanleg van de tramlijn Nunspeet-Doornpijk-Elburg-Oldebroek-Wezep-Zwolle in 1908 bracht pas enige verbetering in de verkeerstoestand. Er werd door een groot gedeelte van de bevolking armoede geleden.

In 1956 werd Elburg afgesloten van open water en de visserij is nu vrijwel verdwenen. Industrie en toerisme zorgen nu voor werkgelegenheid.

Opties