Geschiedenis - Escharen

Het wapen van de toenmalige gemeente EscharenOp 16 juli 1817 verleende de Hoge Raad van Adel Escharen een gemeentewapen met de volgende omschrijving: Van lazuur (=blauw), beladen met de H. Maagd Maria en het Christuskind, alles van goud". De keuze voor de beeltenis van Maria lag op zich niet voor de hand: als er voor een heilige in het gemeentewapen werd gekozen, was dat in het algemeen de patroonheilige van de plaatselijke parochie. Voor Escharen had Sint-Lambertus dus voor de hand gelegen. Waarom de burgemeester van Escharen van die gewoonte is afgeweken en O.L. Vrouw voor het gemeentewapen heeft voorgesteld, weten we helaas niet. Mogelijk heeft hij willen verwijzen naar een Mariabeeld in de Escharense kerk dat kort na 1794 was verbrijzeld. Het zou tot die tijd veel bedevaartgangers hebben getrokken en het werd in verband gebracht met miraculeuze genezingen.


Het aantal inwoners van Escharenin 1795 haalde met 379 nog niet de 400. Rond 1830 lag dat aantal al boven de 700. In tegenstelling tot de situatie in andere kleine buurgemeenten nam de bevolking tijdens de 19e eeuw niet af. Integendeel, de bevolking groeide gestaag door. Rond 1875 werd de 1.000ste inwoner verwelkomd. Bij de opheffing van de gemeente in 1942 telde Escharen 1.851 inwoners, terwijl anno 2007 Escharen met 1.139 de kleinste kern van Grave is.

De naam Escharen valt in twee delen uiteen: het tweede deel is afgeleid van het Keltische woord ?haru?, dat we in tal van plaatsen als varianten van ?haar? tegenkomen en dat voor een zandige heuvel(rug) staat. Het eerste deel is de naam van de boom (in het Keltisch ?aski?). Escharen betekent dus een zandige heuvel, begroeid met essen.De naam Escharen duikt voor het eerst op in het begin van de 13e eeuw in een Echternachs handschrift. Daarin wordt de naam geschreven als ?Escre? of ?Escheren?. De abdij van Echternach bezat bij Escharen een boerenhoeve. Mogelijk was dat bezit al rond die tijd (1200) eeuwenoud. Het goederencomplex zou zelfs al in de eerste helft van de achtste eeuw kunnen zijn verworven. Escharen wordt in latere middeleeuwse oorkonden regelmatig genoemd. Zo schonk Jan I, heer van Cuijk, in een oorkonde van 20 april 1308 aan de inwoners van ?Eescharen? zogenaamde gemene gronden, gronden voor algemeen gebruik. Later kreeg de kerk van Esceren met de daar dienstdoende priester een eenmalig geldbedrag van acht solidi, vastgelegd in het testament van Jutta van Cuijk, gravin van Nassau en weduwe van Jan van Cuijk. Dat testament dateert van 25 januari 1312.

Op 16 juli 1817 verleende de Hoge Raad van Adel Escharen een gemeentewapen met de volgende omschrijving: Van lazuur (=blauw), beladen met de H. Maagd Maria en het Christuskind, alles van goud". De keuze voor de beeltenis van Maria lag op zich niet voor de hand: als er voor een heilige in het gemeentewapen werd gekozen, was dat in het algemeen de patroonheilige van de plaatselijke parochie. Voor Escharen had Sint-Lambertus dus voor de hand gelegen. Waarom de burgemeester van Escharen van die gewoonte is afgeweken en O.L. Vrouw voor het gemeentewapen heeft voorgesteld, weten we helaas niet. Mogelijk heeft hij willen verwijzen naar een Mariabeeld in de Escharense kerk dat kort na 1794 was verbrijzeld. Het zou tot die tijd veel bedevaartgangers hebben getrokken en het werd in verband gebracht met miraculeuze genezingen. Escharen was al vroeg een onafhankelijke parochie. Archeologen hebben de eerste - houten - kerk van Escharen gedateerd op omstreeks het jaar 1000. Deze is in de XIIe eeuw vervangen door een tufstenen gebouw en rond 1250 vernieuwbouwd met baksteen. De kerk is gewijd aan St. Lambertus. De kerk is in de XIVe eeuw vier keer afgebrand. Na de Vrede van Mnster ging de kerk over op de protestanten. De katholieken moesten hun erediensten in een schuurkerk (schuilkerk) houden, die een pelgrimsoord werd voor St. Machutus, apostel van Bretagne. Deze schuurkerk brandde in 1794 af. De protestanten gaven de kerk, die tijdens het Beleg van Grave in 1674 flink beschadigd was, in 1799 terug aan de katholieken; vervolgens werd de schuurkerk vernieuwd. In 1809 bouwde men er een toren aan. De huidige neo-gotische kerk Sint Lambertus is gebouwd in 1863-1864 naast de schuurkerk, die ze heeft vervangen. Men vereert er nog altijd Sint Machutus.

Middelen van bestaan: De bevolking leefde eeuwenlang hoofdzakelijk van akkerbouw en veeteelt. In de 20e eeuw kwam hierin langzaam verandering. Na de Tweede Wereldoorlog zochten steeds meer mensen hun bestaan buiten het dorp, wat ook kon door de beschikbaarheid van moderne vervoermiddelen en de verbetering van de infrastructuur.

Escharen heeft zich in de loop der eeuwen slechts langzaam ontwikkeld. Wellicht heeft dit te maken met het nabij gelegen Grave. De kleine vestingstad werd in de loop der eeuwen telkens opnieuw belegerd en versterkt. Voor de machthebbers vormde Grave namelijk een aantrekkelijk bezit. Mar de directe omgeving, waaronder Escharen, plukte de wrange vruchten van de vele militaire acties rondom Grave.

Hoewel de geschiedenis van Escharen dus teruggaat tot diep in de middeleeuwen, heeft het dorp geen middeleeuwse monumenten meer. Ook jongere, historische gebouwen zijn inmiddels uit het landschap verdwenen. Zo beschikte Escharen van oudsher over een windmolen en een watermolen. De prachtige 19e-eeuwse windmolen is in de jaren ?50 van de vorige eeuw afgebroken. Nog eerder verdween de heuvel waar vroeger de galg heeft gestaan en het rad waarop men de veroordeelden uit het Land van Cuijk ophing of radbraakte. Deze heuvel op de grens met Gassel is al in de 19e eeuw afgegraven, omdat men het zand nodig had.

In 1985 en 1986 werden overblijfselen opgegraven van een watermolen die op de Graafse Raam heeft gestaan. In 1897 wordt in Escharen een pot met 66 goudstukken gevonden. De vondst wordt door twee Franse professoren als een vervalsing aangemerkt, maar later blijkt dat deze professoren in een wetenschappelijk dispuut waren verwikkeld en dat hun oordeel niet objectief was geweest. De schat wordt 60 jaar later door een andere Franse professor in ere hersteld. De schat, bekend geworden als Le trsor d'Escharen, is gedateerd 600 - 610. De schat bestaat uit Merovingische muneten, zeldzame munten uit een slecht gekende periode. Er zijn onder andere munten afkomstig uit Keulen, Tiel, Nijmegen, Maastricht en Huy, maar ook uit Viviers,Uzs, Arles en Marseille. De schat bevestigt het bestaan van een handelsroute van de Middellandse zee via Rhne, Sane en Maas naar de Nederlanden.

Map van Escharen

klik voor vergroting




Romeinse VaasVONDSTEN IN ESCHAREN: Beker van Terra Sigillata(175-200)
Deze hoge beker is gevonden in Escharen in een graf en is vrijwel gaaf bewaard gebleven. Hij is versierd met een patroon van ingegrifte guirlandes, naar voorbeeld van geslepen glas. ''Terra sigillata'' is een luxe soort Romeins aardewerk. De term ''terra sigillata'' betekent letterlijk ''gestempelde aarde''. Het is gemakkelijk herkenbaar aan de kleur, die varieert van lakrood tot bruinrood of oranjebruin, en aan de glans. ''Terra sigillata'' werd gedurende de gehele Romeinse tijd geproduceerd in centra verspreid over het Romeinse rijk.





Bronzen Borstplaat

Een fragment van een grote bronzen plaat is in 1979 gevonden in een waterput in Escharen (NBr). Het fragment bevat delen van de twee beginregels van een tekst met de naam van keizer Claudius (41-54). Gouden munten

Bij vier munten staat op de voorzijde AUDULFUS FRISIA en op de achterzijde VICTORIA AUDULFO. Bij n munt staat AUDULFUS op de voorzijde, en FRISIA op de achterzijde. De munten zijn gevonden in Escharen, en in de omgeving van Arnhem. Ze zijn waarschijnlijk tussen 600 en 630 geslagen.




Lijst van burgemeesters, 1810-1942

Veel mensen denken dat de burgemeester aan het hoofd staat van een gemeente (de burgervader!). En vr 1851 was dat ook zo. In dat jaar werd de gemeentewet van Thorbecke van kracht. Sindsdien is de gemeenteraad het hoogste orgaan binnen de gemeente. De burgemeester is wel nog verantwoordelijk voor de openbare orde en tevens voorzitter van de gemeenteraad. Samen vormen die twee het gemeentebestuur. De functie van burgemeester is ingesteld na de inlijving van Nederland bij Frankrijk in 1810. Tot 1813 heette de burgemeester dan ook op zijn Frans maire, van 1813 tot 1820 droeg hij de (oude) titel schout. Vanaf 1810 tot aan de opheffing van de gemeente in 1942 heeft Escharen zeven burgemeesters gehad:: Matth. Poos (1811-1851) - Mart. Poos (1851-1866) - Hend. Poos (1866-1870) - Jan Cuppen (1870-1885) - Lamb. Cuppen (1886-1910) - F.A.J. baron van Hvell tot Westerflier (1910-1938) - Louis de Bourbon (1938-1941)











Koningskind als burgemeester -Louis de Bourbon (1908-1975)

In november 1938 werd Louis de Bourbon burgemeester van Escharen. In mei 1941 nam hij al weer ontslag. Hij was daarna even burgemeester van Oss, ging in het verzet, kwam na de oorlog nog terug in Oss, maar besloot in 1946 definitief het openbaar bestuur in te ruilen voor een literaire carrire. Een opmerkelijke stap voor een opmerkelijk man.

Louis (voluit Louis Jean Henri Charles Adelberth) de Bourbon beschouwde zichzelf namelijk als rechtstreekse afstammeling van de laatste Franse koning Lodewijk XVI. Hij voerde dan ook de titels prins van Frankrijk, hertog van Normandi en graaf van Boulogne. Hij baseerde zijn claim op het feit dat hij de rechtstreekse achterkleinzoon was van Carl Wilhelm Naundorff. Deze Duitse klokkenmaker hield in de eerste helft van de negentiende eeuw vol, dat hij Lodewijk XVII was, de zogenaamd verdwenen zoon van koning Lodewijk XVI. Naundorff werd echter Frankrijk uitgezet, vestigde zich in 1845 in Nederland en kreeg van de Nederlandse staat het recht de familienaam De Bourbon te gaan dragen. Hij overleed datzelfde jaar nog in Delft. Al voordat hij burgemeester van Escharen werd, was hij een aantal jaren als journalist voor De Gelderlander werkzaam geweest. Hij was op 27 december












_______________________________________________________________________________________________________________________________________________________
Commissaris van de Koningin (1896-1922)
Tussen 1896 en 1925 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Lees hier wat hij in al die jaren overEscharen te melden had.






















Veldwachter in verzet
(Gerard Beuvink 1902-1970)

De veldwachter van Escharen was een gezagsgetrouwe en loyale overheidsdienaar, maar dat betekende niet dat Gerard Beuvink zomaar achter het nieuwe gezag van de Duitse bezetter aanliep. Integendeel, ook als politieman stelde hij alles in het werk om samen met zijn vrouw verzet te bieden aan de Duitsers. Verzetswerk waarvoor hij na de oorlog het Bronzen Kruis ontving.

Gerhardus (Gerard) Johannes Beuvink werd op 21 september 1902 geboren in het Twentse Losserals zoon van Herman Beuvink en Trui Nijland. Hij was de oudste zoon uit een gezin met twee zonen en vier dochters. Het leek voor de hand te liggen dat hij net als zijn vader textielarbeider zou worden. Maar Gerard wilde meer. Hij kwam als nachtwaker in dienst van de gemeente Losser en studeerde tegelijk voor het politiediploma, dat hij in 1931 behaalde. Met dat diploma op zak ging hij op zoek naar werk als opsporingsambtenaar en kwam in 1932 in Escharen terecht als gemeenteveldwachter.

Beuvink ging vanaf de eerste dag dat Duitsland Nederland binnenviel meteen in het verzet. Hij plunderde in die meidagen samen met zijn vrouw Truus vrachtauto?s die door het Nederlandse leger gevorderd waren. De ?krijgsbuit? sloegen ze in een schuur bij zijn huis op. Burgemeester De Bourbon verdeelde later de spullen onder de bevolking.
Beuvink zorgde voor wapentuig voor het verzet, hielp onderduikers en was nauw betrokken bij de zendgroep Barbara, een groep van verzetsmensen die door middel van radiozendapparatuur berichten doorgaf aan de Nederlandse regering in Londen.

Vanaf 1 maart 1943 werd de veldwachter postcommandant van de Marechaussee te Langenboom. Als gevolg van verraad moest Beuvink uiteindelijk later in het jaar onderduiken. Zijn vrouw Truus, die ook nauw bij de ondergrondse was betrokken, werd daarop gearresteerd en vastgehouden in Haaren en Vught. De verhoren leverden niets op en kort daarop werd ze vrijgelaten. De SD bleef haar overigens wel schaduwen om toch achter het onderduikadres te komen. Zoon Herman, die goed op de hoogte was van de illegale activiteiten van zijn ouders, moest eveneens onderduiken. Beuvink verbleef tijdens zijn onderduikperiode op het landgoed Tongelaar en bij houtvester Nelissen op het landgoed Ossenbroek in Beers.
Kort na de oorlog in 1945 keerde hij naar Escharen terug, maar niet voor lang. Na een korte tussenstop in Volkel werd hij in juni 1947 overgeplaatst naar Zeeland, waar hij tot zijn pensioen als opperwachtmeester der Rijkspolitie bleef werken.

Na de oorlog ontving Gerard Beuvink uit handen van prins Bernhard het Bronzen Kruis voor al zijn verzetsactiviteiten. Hij overleed op 14 februari 1970 in Nijmegen.

Bron B.H.I.C.








Genezing zoeken bij de pisheilige

Escharen kent sinds de 18e eeuw een bijzondere devotie voor de Heilige Machutus (Machuut). Er zijn in de loop van de afgelopen eeuwen tal van wonderbaarlijke genezingen op voorspraak van de heilige gedocumenteerd. Tot op heden trekt de bedevaart naar de Esterse Lambertuskerk op 2e Pinksterdag een groot aantal pelgrims.

Machutus of Malo was een monnik uit Wales, geboren rond 520. Hij was een leerling en reisgezel van Sint Brandaan en maakte later deel uit van de grote groep Ierse missionarissen (waartoe bijvoorbeeld ook Willibrordus en Bonifatius behoorden), die in de zesde eeuw het vasteland van Europa kerstenden. Machutus moet rond 600 zijn gestorven. Hij werd bisschop in Noord-Frankrijk, waar hij bekend staat als de apostel van Bretagne. Hij stichtte een klooster op de plaats van het huidige Saint-Malo, dat naar hem genoemd is.

Machutus wordt vereerd vanwege de bescherming tegen lamheid, jicht, zenuwziekten (waaronder epilepsie) en vooral tegen kinderziekten. Naast de Engelse ziekte (rachitis), die vroeger vaak voorkwam, was ook bedplassen zo?n kinderaandoening waarvoor Machutus uitkomst moest bieden. Hij werd daarom ook wel aangeduid als ?diejen beddenpisser?.

Begin 18e eeuw werd een beeld van Machutus in de schuurkerk al druk bezocht door gelovigen, vanwege de wonderbaarlijke genezingen die de heilige zou hebben verricht. Pastoor Bloemaerts (1725-1779) schreef deze wonderen echter liever toe aan de Moeder Gods, van wie het beeld door veelvuldige processies altijd enorm vereerd is geweest. De opvolger van Bloemaerts, pastoor Berents, pakte het anders aan. Hij bestelde bij de Udense beeldhouwer Petrus Verhoeven (1729-1816) een beeld van Machutus om de verering te stimuleren. Dit beeld van lindehout, 96,5 cm hoog, stelt de bisschop voor met aan zijn voeten een kleine jongen met krukken die om genezing vraagt. Dezelfde Udense kunstenaar leverde in 1784 ook het Esterse beeld van Sint Willibrord. In de jaren tachtig van de vorige eeuw is het Machutusbeeld gerestaureerd en opnieuw gepolychromeerd. De kleuren zijn daarbij enigszins aangepast.

Na de bouw van de huidige Lambertuskerk, verwierf de bouwpastoor, Lambert Verstraaten, een reliek van de H. Machutus. Het kleine stukje bot van de heilige wordt in een zilveren houder bewaard. Deze reliek maakte dat de Esterse Machutusverering in de 19e eeuw bleef voortduren. Met de nodige aanpassingen aan de moderne tijd (zo is bijvoorbeeld de vroegmis van 6.00 uur ?s ochtends komen te vervallen, en ook de aparte kinderzegening bleek met het voortschrijden van de medische kennis niet meer nodig), is de Machutusverering in Escharen nog springlevend en komen er nog steeds veel bedevaartgangers op Tweede Pinksterdag naar Escharen om genezing te vragen van kinderziekten, maar in toenemende mate ook van ouderdomskwalen, zoals jicht.


Middeleeuwse Schedel - enkel illustratie!Onopgeloste moord in middeleeuws Escharen
Bij de sloop van het oude dorpshuis van Escharen kwamen in 2001 de fundamenten van een kerk uit 1000 na Christus te voorschijn. In eerste instantie werden alle fundamenten van de kerk blootgeslegd. Rond 1000 was de kerk van hout. Daarna waren de muren van tufsteen. Dat betekent dat we met een zeer belangrijke kerk te maken hadden, want tufsteen was in die tijd erg kostbaar.?
Al gravend bleek dat er heel wat mensen in de kerk begraven waren. ?Laag voor laag hebben we alles blootgelegd.Archeologie Escharen De kerk meet 6 bij 16 meter. We zijn zes lagen met zogenaamde begravingen tegengekomen. 140 skeletten hebben we precies opgetekend. In totaal gaat het om zo?n driehonderd graven.?
Hier kwam ook een schedel te voorschijn die nogal opviel...bij het eeuwenoude hoofd ligt de reden van de onnatuurlijke opening: een zeventien millimeter grote kogel uit een musket. Dit wapen is zo?n vierhonderd jaar geleden gebruikt, waarschijnlijk bij een moord of een executie.

_______________________________________________________________________________________________________________________________________________________
Archief Foto's van Escharen:19151915192219351940196819771977198619861986
Klik op de foto's voor vergroting..




Mandenmakerij Grave




Rogstraat Grave (nr. 10 mijn geboortehuis)



Gemeentehuis 2006

Verbouwde boerderij 2006Kerk 2006



_________________________________________________________________________________________________________________________________________________________Wilhelmina voetbalclub 1950 ( nu Estria)klik op de foto's voor vergrotingEstria 1959

Opties