Geschiedenis - Hoorn

Hoorn is als dijkdorp in 1316 en daarmee de jongste van de Westfriese steden. Hoorn kreeg in 1357 stadsrechten.

De plaats is omringd door polders en vanaf de IJsselmeerdijk heeft men vergezichten over het IJsselmeer. Hoorn bezit nog veel historische gebouwen die herinneren aan een groots verleden.

In 1416 werd te Hoorn het eerste grote haringnet gebreid, waarop welvaart volgde. Achter de Hoofdtoren ligt Het Houten Hoofd. Deze houten steiger is in 1464 gebouwd en in 1609 vergroot om ruimte te bieden aan de schepen van de VOC. In zowel 1901 als 1913 wilde het stadsbestuur de houten steiger vervangen door een constructie van beton. Onder de inwoners van Hoorn riep dit plan echter zoveel weerstand op, dat het niet doorging.

In de 17de eeuw stond Hoorn op het toppunt van zijn glorie. In 1602 zetelt een van de kamers van de VOC in Hoorn, in 1621 vestigt ook de WIC zich in Hoorn. Jan Pietersz. Coen, eerste goeveneur-generaal van Indië, en Willem Bontekoe, die de reizen naar de Oost beschreef, werden hier geboren.

De 18de eeuw bracht overal in den lande teruggang en ook Hoorn ontging dit lot niet. Handel en scheepvaart verdwenen, de havens slibden dicht en in de 19de eeuw begon men met het afbreken van diverse gebouwen.

Opties