Geschiedenis - Leek

Rond 1524 werd de borg Nienoord gesticht door Wigbold van Ewsum. Nienoord (Nieuw Oord) dankt zijn ontstaan aan een grootscheeps verveningsproject, dat vanaf de 16de tot begin 18de eeuw grote rijkdom bracht aan de familie Van Ewsum, de stichter van borg en landgoed.

In 1685 kwam de historieschilder Hermannus Collenius in huis om de borgzalen te verfraaien met allegorische schilderingen. De gloednieuwe danszaal werd voorzien van drie grote paneelschilderingen (3 meter hoog en tezamen 18 meter lang). De godin Diana figureert in scènes waarin onkuisheid en een ongelijke liaison worden afgestraft. De jager Actaeon, die Diana tijdens het baden begluurt, wordt betoverd in een hert en door zijn jachthonden verscheurd. Diana's dienstmaagd Callisto, bezwangerd door Jupiter, wordt verbannen. De koene herder Endymion, geheime liefde van Diana, wordt door haar tweelingbroer Apollo doorschoten.

Rond 1700 werd waarschijnlijk door Italiaanse stucwerkers een schelpengrot aangelegd. Dergelijke grotten waren een onderdeel van de Italiaanse en later Franse tuinarchitectuur in de 'formele' aanleg. Toen de tuinmode veranderde, werden deze grotten bijan allemaal afgebroken. De Nienoordse grot, zo wil de legende, zou in de dagen dat de borg nog werd bewoond als schatkamer van de slotheer hebben gediend. Blijkens het monogram G.G. (Georgius Guilelmus) moet dit in de tijd van de Oostfriese graaf Georg Wilhelm von Inn- und Kniphausen zijn geweest, die van 1665-1709 heer van Nienoord was.

Een kamermeisje kon aan de geheimzinnige aantrekkingskracht van al het goud, zilver en kostbare juwelen geen weerstand bieden. Zij wist tot de schatkamer door te dringen en tooide zich met steeds andere sieraden. Daarbij vergat ze de tijd en zo werd ze gesnapt door de heer des huizes. Zij moest als straf net zo lang in de donkere schatkamer blijven tot zij de vier wanden daarvan geheel zou hebben belegd met een kleurig mozaïek van schelpen en stukjes marmer. Door een luik achter een van de spiegels werden haar voedsel, materiaal en kaarsen verstrekt. Het kamermeisje had er 20 jaar voor nodig om de schatkamer te veranderen in de feeërieke schelpengrot die nu nog te bezichtigen is. Toen ze kort na haar bevrijding naar het Leekster meer ging en daar in het heldere water niet meer het gezicht van een jong volwasene zag, maar dat van een oude vrouw, was ze zo geschrokken dat zij ter plekke neerzeeg en stierf.

In de wanden van de schelpengrot op Nienoord zijn twee houten hoofden van Moren bevestigd, die hun monden kunnen openen en met hun ogen kunnen rollen. Het verhaal gaat dat dit zwarte slaven voorstellen, die door de borgheer van een kruistocht mee naar huis werden genomen. Op een dag redden zij een kind van de heer, dat in de gracht was gevallen, van de verdrinkingsdood. Uit dankbaarheid wilde de borgheer ze hun vrijheid schenken, maar de Moren waren inmiddels zo aan Nienoord en zijn bewoners gehecht geraakt, dat zij liever op de borg wilden blijven. Als herinnering werden zij vereeuwigd in de schelpengrot.

Na de neergang van de turfwinning lieten de 19de eeuwse borgheren gedeelten van Nienoord slopen. Bouwmaterialen gaven nog enige inkomsten. In 1846 werd de danszaal gesloopt. De wandschilderingen, bestaande uit goede eikenhouten planken met veer en groef, werden echter als een soort 'schrootjeswand' in het koetshuis bevestigd. In 1846 vernielde de toenmalige eigenaar Ferdinand Folef Kniphause ('de dolle jonker') in een dronken bui alle familieportretten. Later gingen de oranjerie en een deel van de bovenverdieping in vlammen op. De wandschilderingen werden in 1907 herontdekt, gedemonteerd en als een bundel hout opgeslagen in het depot van het Groninger Museum.

In 1950 kocht de gemeente de borg met de bijbehorende schelpengrot. Na die bij kasteel Rosendael is dit de bekendste en een van de weinige die nog resten. In 1993 kon het Rijtuigmuseum de houten panelen in eigendom verwerven voor de gemeente Leek. Een conserveringsproject werd in gang gezet. Vanaf 2001 is het ensemble weer te zien in de huidige borg Nienoord.

Opties