Geschiedenis - Leiden

Leiden ontstond in 800 als een dijkdorp aan de samenvloeiing van de Vliet, de Mare, de Oude en de Nieuwe Rijn. Leythen betekent 'bij de wetering'. Leiden stamt niet af van Lugdunum Batavorum uit de Romeinse tijd, ondanks dat de Universiteit Leiden die naam in haar beeldmerk voert en er ook een voetbal club met die naam is.

Centrale punt in Leiden is de Burcht; een vluchtheuvel die tussen 800-1150 aangelegd is tegen overstroming en plundering (de Burcht erop is later gebouwd). De Pieterskerk is gesticht in 1121 als kapel van de Graaf van Holland. Hij is gewijd aan St. Pieter wiens sleutels tot de hemelpoort ook in het wapen van Leiden staan.

In 1266 krijgt Leiden stadsrechten, maar de oorspronkelijke stadsrechten waarvan de documenten verloren gingen, stammen van een veel vroegere datum. De lakennijverheid maakt van Leiden rond 1351 een industriestad van internationale allure. In de 14de eeuw wordt Leiden driemaal vergroot. Eind 15de eeuw is het met 14.000 inwoners een van de grote Hollandse steden.

Na twee Spaanse belegeringen wordt de stad bevrijd: het Leidens Ontzet in 1574. Op 3 oktober wordt dat nog altijd jaarlijks gevierd met haring, kaas en wittebrood. Een tweede traditie op deze dag is het eten van hutspot. Het verhaal gaat dat een klein jongetje, Cornelis Joppenszoon, na de bevrijding naar het kamp van de Spanjaarden ging en daar in een van de schansen, die zo haastig door de vijand waren verlaten, een heerlijke pot met hutspot vond. Sedertdien eten echte Leidenaren hutspot, bestaande uit klapstuk, wortelen, uien en aardappelen. Dit is echter niet de juiste inhoud van de pot uit 1574; de aardappel kende men in die tijd nog niet in Nederland - die kwam pas in de 18de eeuw naar Nederland. Een echte ouderwetse hutspot bestaat uit vlees, wortelen, uien en pastinaken.

Willem van Oranje bood als beloning voor het uithoudingsvermogen de keuze uit een universiteit of afschaffing van de belastingen. In 1575 wordt Leiden universiteitsstad door de stichting van de Rijksuniversiteit Leiden; de eerste universiteit in de Noordelijke Nederlanden. De wapenspreuk ervan luidt Libertatis praesidium (Bolwerk der vrijheid).

Dankzij de omvangrijke immigratie vanuit de Zuidelijke Nederlanden groeit Leiden uit tot de tweede stad van de Republiek. Daaraan ontleent Leiden veel politieke invloed. In 1670 telt de bevolking ruim 70.000 zielen. In de 17de eeuw vestigden Engelse puriteinen zich in Leiden, waarna ze hun tocht naar de Nieuwe Wereld begonnen.

In 1701 doceert de medicus Herman Boerhaave aan de universiteit. Hij bezorgt de medische faculteit internationale faam.

Rond 1720 raakt de Leidse textielindustrie in verval door een sterkere concurrentie.

Op 12 januari 1807 ontplofte een met 37.000 pond buskruit geladen schip aan het Rapenburg; 151 doden, 2.000 gewonden en vele vernielde huizen waren het gevolg.

Het stadsbeeld verandert door de komst van fabrieken en het dempen van grachten in de 19de eeuw. In 1929 gaat het stadhuis op in vlammen, maar dit wordt herbouwd.

In de Tweede Wereldoorlog raakt de historische kern beschadigd. Pas vanaf 1976 wordt het herstel van de historische binnenstad ter hand genomen. Protestbeweging van de jaren 1970 en de stadsvernieuwing van de jaren 1980 maken van de grotendeels verpauperde industriestad een centrum van dienstverlening. Leiden heeft nu in de binnenstad 35 hofjes, waarvan het St.Annahofje (met kapelletje) uit 1492 het oudste is. De Meermansburg uit 1655 is de grootste.

Achter Kloksteeg nummer 21 ligt het Jean Persijnhofje met in het hart een zonnewijzer. Hier woonden aan het begin van de 17de eeuw een groep Pilgrim Fathers. Deze geloofsvluchtelingen uit Engeland staken na hun 11-jarig verblijf in Leiden in 1620 met de Mayflower naar Amerika over. Hoe klein hun aantal ook was, ze hadden een grote invloed op de grondwet van de latere V.S. President Bush bezocht daarom ook Leiden toen hij in 1989 op staatsbezoek in Nederland was.

Opties