Geschiedenis - Nieuwe-Tonge

Is Nieuwe-Tonge, klein bewoond
Doch mild in graan en meerkrap mede
heeft dikwerf fel door brand gelden
 
Deze woorden zijn algemeen bekend en in boeken met een historische beschrijving van plaatsen in Nederland opgetekend. Het huidige Goeree-Overflakkee is een samenvoeging van een aantal eilandjes en bedijkingen in de loop der tijden. Rond 1300 bestond Goeree uit Het Oude Nieuwland, De Oude Oostdijk en Het Oudeland van Diepenhorst. Deze polders zijn voor 1065 bedijkt. Flakkee bestond nog niet, wel waren er een aantal platen in opkomst met name, het Oudeland van Dirksland, Herkingen, Sommelsdijk/ Middelharnis, Oude Tonge, Stad aan ?t Haringvliet, De Bommel en Ooltgensplaat, deze dorpen bestonden nog niet maar het waren de platen die in aanwas groeiden en middels bedijkingen als polders een vastere vorm kregen. In 1780 is door indijking van de hals bij Stellendam het eiland Goeree-Overflakkee ontstaan.
 

Ontstaan van Nieuwe-Tonge

 
De eigenaren van deze platen en gronden waren Jacoba van Beieren, Margareta van Bourgondie, Floris van Borselen en Adriaan van Borselen. Opdracht tot bedijking is gegeven door Jacoba van Beieren in 1420. Polder Battenoord is volgens overlevering in 1455 bedijkt en daarmee de oudste polder van Nieuwe-Tonge. Nieuwe-Tonge ligt op een kruispunt van de ingedijkte polders Duivenwaard, Noordland en Klinkerland (Battenoord). Niet onvermeld mag blijven dat er tot in de kern van Nieuwe-Tonge destijds een geul voor de scheepvaart was naar de haven.  Volgens formele akte heeft Vrouwe Jacoba van Beieren in 1464 opdracht gegeven tot het stichten van het dorp Nieuwekerk zoals Nieuwe-Tonge in eerste aanleg werd genoemd.

Reeds in het jaar 1284, de zondag na de Sint Jans vloed, was deze hoge heerlijkheid onder de naam van Grijsoord bekend. Dit feit blijkt uit de brief welke graaf Floris het ?? V van Dirksland en Grijsoord heeft verkocht aan Aalbrecht, heer van Voorne en Burggraaf van Zeeland. Graaf Willem de IV bevestigde dit met een brief op Vrouwendag in maart 1339. In 1413, op Allerheiligenavond hebben Jan van Renesse van Everinge door een openbare akte aan hun medestanders genoemde gronden verkocht. In hetzelfde handschrift is door Hertog Jan van Beijeren de gronden met erfpacht doorverkocht. Men mocht de platen bedijken. De gronden mochten worden bebouwd, ?moerenland?. Ook was de akte zo gesteld dat de overeenkomst was bestemd voor de nakomelingen. Voorts mocht er tegen betaling van tienden een molen worden gebouwd, visserij gepleegd worden, vogelerijen enz. Ook giften aan de kerk en andere toebehoren waren gerechtigd.


Omvang en bebouwing


Volgens het veldboek van 1697 was de gemeente Nieuwe-Tonge groot 2522 gemeete en 292 roeden. De gronden waren gelegen in een aantal polders die samen het dorp Nieuwe-Tonge vormde. Zo staat er van de polder Battenoord beschreven dat er zes boerderijen, een bouwschuur en vijf woningen op de dijk waren. Ook de Sint Jakobspolder wordt genoemd. Deze polder is in 1775 onder water gezet. In de polder Duivenwaard waren zeven boerderijen en twee buitenverblijven, Houtlust en Zorgwijk. Op de dijk waren 12 huizen gebouwd. Ook was een meestoof in deze polder gebouwd. Ook polder Noordland maakt deel uit van Nieuwe-Tonge en is bedijkt in 1454. In deze polder is dan n boerderij gebouwd en zijn er 11 huizen op de dijken gebouwd.
 
Gebouwen en inwoners
In 1632 waren er 112 woningen, het aantal inwoners wordt niet vermeld. In 1732, dus 100 jaar later, zijn er 122 woningen, twee meestoven en n korenmolen. Weer honderd jaar later zijn er 146 woningen en is het aantal inwoners 1118. Uitgesplitst naar kerkgenootschap zijn er 1066 hervormden, 51 rooms katholieken, vijf luthersen en n jood. Na het midden van de 19e eeuw kwam er een sterke uitbreiding op gang. Het inwoneraantal breidde sterk uit. De bebouwing vond voordien plaats aan de Kerkring voor de notabelen en op de dijken voor de arbeiders. De Kerkring is in de oorspronkelijke staat van eerste aanleg met gracht. Vooral in de 20e eeuw onderging het dorp een sterke uitbreiding. De Molendijk/Zuiddijk raken volgebouwd. De eerste uitbreiding vond plaats in de hoek Zuiddijk-Westdijk. 1e en 2e Westerstaat en Oranjestraat. In deze bouwwijze zat geen enkele stedenbouwkundige visie. De woningen waren bestemd voor de arbeider. Na 1920 heeft een open bebouwing aan de Korteweegje plaatsgevonden. De woningen waren voorzien van een extra stuk grond, voor het telen van landbouw gewassen, waarmee de rentekosten betaald werden. Ook werden woningen gebouwd aan de Burgemeester Overdorpstraat, ds. Wentinckstraat en de Klinkerlandseweg. De Generaal Snijdersstraat is van latere datum en daarbij was geen extra grond. Voordat delen onder water zijn gezet, in 1944, waren er veel boomgaarden en parken in en rond Nieuwe-Tonge. Helaas waren die na de oorlog dood of gerooid voor het stoken van de kachel. De gevolgen van de watersnoodramp waren ingrijpend. Er verdronken 85 inwoners, er werden 56 woningen totaal verwoest. Er werden 77 krotwoningen zwaar beschadigd zodat besloten werd tot afbraak. Op de dijken die moesten worden opgehoogd,werden nog eens 48 woningen afgebroken. Direct hierna werd het besluit genomen om tegen de kern van Nieuwe-Tonge, ter vervanging 120 woningen te bouwen. Door het Finse Rode Kruis werden 13 Finse woningen geschonken en gebouwd.
 
Hervormde kerk
De kerk is toegewijd aan de Heilige Laurentius. Bepaald was dat het buiten-onderhoud werd gedaan door de Ingelanden en de binnenzijde door de Hervormden. Oorspronkelijk werd er eerst in de kerk begraven en later buiten de kerk. De toegang tot de kerk is afgesloten met een fraai hekwerk dat 1 april 1842 werd geschonken door Burgemeester S.H Anemaet. Het koor van de kerk heeft vele jaren gediend als school waarvan staat geschreven dat zij doelmatig was ingericht en voorzien was van zeer gepaste leermiddelen. In 1833 is een grote regenbak gebouwd voor de bevolking van Nieuwe-Tonge. De eerste steen voor deze regenbak werd gelegd op 8 oktober 1833 door J.C.Hooykaas zoon van de toenmalige predikant. In 1723 is een gedeelte van de kerk door brand verwoest.
 
Algemeen
Bouwwerken van enige omvang waren een goede pastorie, een gasthuis en een net raadhuis. Tot sieraad van het dorp was er een smaakvol aangelegd en zorgvuldig onderhouden buitenverblijf. De eigenaar Mr. Anemaet, gaf vergunning om als inwoner van Nieuwe-Tonge een aangename rondwandeling in zijn buitenverblijf te houden. In 1829 werd door dezelfde burgemeester opdracht gegeven tot de aanleg van een begraafplaats buiten Nieuwe-Tonge (Korteweegje). De ligging en inrichting staan beschreven als aan het doel beantwoord. De toegang is afgesloten met een hekwerk met poorten waarop staat vermeld ?Zijt ook gij bereid?. In 1835 is er een inrichting door menslievende mensen opgericht voor het uitdelen van warme spijzen aan onvermogenden gedurende de winterperiode.
 
Bronnen van bestaan
De voornaamste bron van inkomen was de landbouw. In de winter ging men oesters en alikruiken rapen op de oesterbanken op de slikken van de Bienigen.
 
Overstromingen
26 januari 1682 vloeide de Sint Pieterspolder, genaamd Klinkerland in. Bij deze invloed is geen wiel ontstaan zodat er een spoedig herstel mogelijk was. Ook de Sint Jacobspolder vloeide in maar ook die werd spoedig hersteld. De vloed van 14 en 15 november 1776 was groter en in Nieuwe-Tonge was grote schade. De Sint Jacobs-polder vloeide opnieuw in en werd niet meer drooggemalen en bedijkt. Deze polder is, bij eb, tot aan 1953 buitendijks zichtbaar geweest.
 

Beroemd, bekend en berucht



Casparus Barlaeus is geboren op 12 februari 1584 in Antwerpen. Na de overmeestering door Hertog van Parma gevlucht naar Holland. Heeft in Leiden gestudeerd. In het jaar 1608 beroepen te Nieuwe-Tonge en heeft tot 1612 als predikant hier gewerkt. In 1617 werd hij gekozen tot hoogleraar in de redeneerkust te Leiden. Was aanschouwer bij de Dordse synode. Werd in 1619 uit zijn ambten gezet i.v.m. een Godsdienst kwestie. In 1631 andermaal beroep te Amsterdam als Hoogleraar in de wijsbegeerte en welsprekendheid. Werkte hard en veel en verviel tot een grote zwaarmoedigheid. Ook de vervolging zal daarmede de oorzaak van zijn geweest. Op 14 januari 1648 is Casper Barlaeus overleden. Hij was bekend om zijn Latijnse gedichten, redevoeringen en brieven. Zijn nagedachtenis is vastgelegd in de straatnaam Van Baerlestraat.  
 
G.J.Snijders, geboren op 29 september 1852 te Nieuwe-Tonge. Zijn vader was chirurgijn bij de Koninklijke  Marine. Was later praktiserend arts te Nieuwe-Tonge. De woning waar Snijders is geboren wordt heden bewoond door A. van Alphen op de Molendijk. Snijders volgde een opleiding als cadet bij de Koninklijke Militaire Academie 1869. Doorliep diverse onderdelen in het leger. Werd twee jaar gedetacheerd in Atjeh. Na terugkeer volgde diverse promotie elkaar in snel tempo op. In 1908 Luitenant-generaal en van 1914 tot 1918 Opperbevelhebber van Land en Zeemacht. De hoogste onderscheiding was grootofficier in de orde van Oranje Nassau. Ook ontving hij diverse onderscheidingen uit Itali, Zweden, Pruisen. Belgi en anderen. Hij overleed op 26 mei 1939 te Hilversum. Ook zijn naam is vastgelegd in een straatnaam, Generaal Snijdersstraat.
 
Cornelis Verolme, bekend als de grootste scheepsbouwer in de Nederlandse geschiedenis. Hij werd op 4 september 1900 in Nieuwe-Tonge geboren. Na de lagere school bezoekt hij de ambachtschool te Middelharnis. Daarna de MTS te Rotterdam. Gaat werken bij Stork Hengelo. Klimt op tot hoofd ingenieur. In 1946 sticht Verolme een eigen onderneming, Machinefabriek IJsselmonde N.V. Het concern groeide uit tot Nederlands grootste Verolme Verenigde Scheepswerven. Het grootste dok van de wereld, Prins Willem Alexander is de kroon op zijn werk. Onder dwang van de omstandigheden moet Verolme in 1971 als directeur aftreden. Hij werd wel de ?Captain of industry?genoemd. Het verenigingsleven en de gemeenschap van Nieuwe-Tonge heeft in de bloei periode van zijn bedrijf veel voordeel gehad.
Verolme is begraven op de algemene begraafplaats te Nieuwe-Tonge. Zijn naam leeft voort in de straatnaam Verolmestraat.  
 
Dr.van Gelder heeft als huisarts heeft veel voor de gemeenschap betekend. Naast een kundig huisarts en maatschappelijke betrokkenheid zetten hij zich in voor de oprichting van een ziekenhuis op het eiland. Zijn werkzaamheden daarin waren de organisatie met vooral de kerken te betrekken bij de noodzaak tot de stichting van een ziekenhuis. In Nieuwe-Tonge wist hij het gedaan te krijgen dat door de diaconie een verpleeginrichting werd gebouwd, `Elisabeth stichting`. Enkele inwoners hebben hiervan gebruik gemaakt, veelal langdurig zieken en tbcpatinten.
 
 

Opties