Geschiedenis - Tilburg

Tilburg is ontstaan uit de zogenaamde Herdgangen; dit zijn driehoekige pleintjes waar zandwegen op uitkwamen. De Herdgangen vormden de gezamenlijke weiden voor de kudde schapen. De driehoekige pleinen zijn nog op veel plaatsen terug te vinden. In 709 wordt de plaats Tilburgis in een oorkonde genoemd. In 1542 verwoest Maarten van Rossum Vught en Oisterwijk. Wevers en andere ambachtslieden vluchten naar Tilburg, inmiddels een centrum van textielnijverheid.

Op basis van de al aanwezige schapenteelt komt in Tilburg de wolnijverheid op. Rond 1600 is Tilburg het belangrijkste wolcentrum van Brabant. In de 17de eeuw waren er 300 weefgetouwen. Midden 18de eeuw is de Hollandse textielindustrie vrijwel geheel vervallen, terwijl Tilburg het landelijk wolcentrum is geworden. In 1809 bezoekt Lodewijk Napoleon Tilburg, dat naar aanleiding hiervan drie weken later bij koninklijk besluit tot stad wordt verheven.

In 1809 heeft Tilburg 9.000 inwoners. In 1826 wordt de stenen rijksweg Breda- 's Hertogenbosch via Tilburg voltooid. In 1827 werd de eerste stoommachine in een Tilburgse fabriek geïnstalleerd. De laatste stoommachine staat thans in het Textielmuseum. In 1863 wordt Tilburg aangesloten op het spoorwegnet. Breda wordt met de trein bereikbaar.

Patroon van de stad is St. Dionysus. Koning Willem II (1792-1849) verbleef meer in Tilburg dan in Den Haag. Naar hem is in Tilburg de Willem II straat vernoemd, maar ook een school voor voortgezet onderwijs. Van 1842-1856 was Tilburg garnizoensstad. Vanaf circa 1860 tot de jaren 1960 stond Tilburg vooral bekend om zijn textiel.

Na de Tweede Wereldoorlog is de stad ingrijpend gewijzigd. Het nieuwe postkantoor (1963) en het station (1965) geven mede uitdrukking aan die ontwikkeling. Door de regionale centrumfunctie zijn er vele onderwijs- en diensteninstellingen in Tilburg, waarvan de in 1927 gestichte Katholieke Universiteit Brabant de belangrijkste is. In de jaren 1960 is een groot deel van de oude binnenstad tegen de vlakte gegaan onder burgemeester Becht ('Cees de Sloper').

Tilburg is de Wijnstad van Nederland; sinds 1973 heeft de stad de meeste importeurs en bottelarijen van Nederland. In 1982 verklaart de paus Tilburgenaar Petrus (Peerke) Donders zalig. Peerke Donders (1809-1887) werkte in Suriname in de melaatsenzorg. In het Wilhelminapark staat sinds 26 augustus 1926 een beeld van hem. Er zijn nog twee andere gedenktekens voor Donders in Tilburg; een groot monument door Karel Lücker (1933) en een gevelbeeld van Manus Evers (1934). In carnavalstijd wordt Tilburg 'Kruikestad' en 'Kruikezeikersstad' genoemd. De stad wordt zo genoemd, omdat de wolindustrie ammoniak nodig had. De goedkoopste manier om daaraan te komen, was via de eigen werknemers. Iedere arbeider nam elke dag een stenen kruik mee naar huis, die de hele familie vulde met urine. De urine werd gebruikt om te reinigen en als glijmiddel. Bij het verven bevorderde de urine het gelijkmatig verven.

Opties