Geschiedenis - Zwolle

Rond 800 vestigen de eerste bewoners zich op de plek die later Zwolle gaat heten. Over de naamsafleiding van Zwolle bestaan verschillende verklaringen: 1) prachtige weilanden waarop de ossen 'zwollen', 2) grote koophandel in 'wolle', 3) het riviertje de Aa of de Ee die vroeger door de stad liep en soms erg 'zwol' of 4) een oude nederzetting 'Suol = een watervrije plaats'. Zwolle krijgt in 1230 stadsrechten uit handen van de Bisschop van Utrecht. De vroegste vermelding van Zwolle als Hanzestad dateert uit 1280. De grootste bloeiperiode van Zwolle - zowel kerkelijk als cultureel - ligt in het begin van de 15de eeuw. Een groot aantal monumentale gebouwen dateren uit deze 'Gouden Eeuw' voor Zwolle. Zwolle werd in die tijd één van de belangrijkste vrije keizerlijke Hanzesteden. Zwolle deed dienst als overslagplaats voor zandsteen, graan en vis uit onder andere de Oostzee en de Zuiderzee (nu IJsselmeer).

De schrijver Thomas a Kempis voltooid omstreeks 1420 in het Agnietenklooster zijn vermaarde boek 'Imitatio Christi'/'Over de navolging van Christus'; een van de meest vertaalde en gelezen religieuze werken. Het is een pleidooi voor nederigheid en verzaking van wereldse ijdelheden. Door Thomas a Kempis kreeg Zwolle de bijnaam 'Stad van de moderne devotie'.

In 1600 eindigt de economische bloei van Zwolle. In de 17de eeuw werd Zwolle tot vesting omgebouwd door Menno van Coehoorn. De bolwerken die ook nu nog intact zijn: de Suikerberg, de Potgietersingel, het Van Nahuysplein, het Ter Pelkwijkpark en het Nijkerkenbolwerk. Zwolle is inmiddels een middenstandsstad geworden, het verzorgingscentrum van de omgeving. In 1980 blies Zwolle het Hanzeverbond nieuw leven in door het organiseren van de Internationale Hanzedagen. Winkelstad; de winkels liggen verspreid door de hele binnenstad en zijn vaak gevestigd in mooie panden. Langs de 11 spoorwegstations op de lijn Emmen-Zwolle staan tientallen kunstwerken, sinds 1987 worden elk jaar nieuwe toegevoegd aan de Kunstlijn (daarmee het langste openluchtmuseum van Nederland). Het Oosterenk-Stadion (maximaal 6.865 toeschouwers) aan de Ceintuurbaan 2 is de thuisbasis van voetbalclub FC Zwolle. De gevleugelde aartsengel Michaël, bestrijder van de Draak, is schutspatroon van de stad en beschermengel van de gelijknamige kerk.

Zwollenaren staan al eeuwenlang bekend als 'Blauwvingers'. Deze bijnaam hebben ze te danken aan het feit dat ze de kerkklokken van de Grote Kerk, die in 1682 instortte, verkochten aan de Kampenaren.De Kampenaren waren bij ontvangst kwaad, omdat de klokken door de val bijzonder vals geworden waren. Daarop besloten de Kampenaren om het hele bedrag in muntgeld te betalen. Het tellen daarvan bezorgde de Zwollenaren blauwe vingers. Dit verhaal heeft ook geleid tot het bakken van een gelijknamig zandkoekje met chocolade. Een andere versie voor de herkomst van de Zwolse blauwvingers is dat men aan die naam gekomen is, omdat het in de Middeleeuwen niet boterde tussen Zwolle en Kampen. Men deed alles om elkaar het leven zo zuur mogelijk te maken en ging elkaar daarvoor soms zelfs met dorsvlegels te lijf. Tijdens een periode van gewapende vrede verkochten de Zwollenaren aan Kampen het klokkenspel uit de Zwolse toren, die door brand verwoest was. De Kampenaren die, door de Zwollenaren vaak als Kampersteuren waren uitgescholden, zagen hun kans schoon om ook de Zwollenaren een scheldnaam te bezorgen. De vroede vaderen van Kampen gingen akkoord met de aankoop van de klokken mits zij met kleine muntstukken mochten betalen. Er restte de Zwollenaren niets anders dan hiermee akkoord te gaan. Men zette zich aan het tellen van de talrijke koperen muntjes en telden zich letterlijk en figuurlijk de vingers blauw. Tevreden vertrokken de Kampenaren met hun klokken op de wagen terug naar huis. De Zwollenaren staan sinds die dag bekend als de Zwolse Blauwvingers. De 'Zwolse anjer' is een paarsrode steenanjer die te vinden is langs de oevers van de Regge en de Overijsselse Vecht.

Opties